| Europese wetgeving of kennisgeving |
- Verordening EU/178/2010 van de Commissie van 2 maart 2010 tot wijziging van Verordening (EG) nr. 401/2006 wat betreft aardnoten (pinda’s), andere oliehoudende zaden, noten, abrikozenpitten, zoethout en plantaardige olie.
- Besluit van de Commissie van 2 maart 2010 houdende de principiële erkenning dat de dossiers die zijn ingediend voor grondig onderzoek met het oog op de eventuele opneming van Trichoderma asperellum (stam T34) en isopyrazam in bijlage I bij Richtlijn 91/414/EEG van de Raad, volledig zijn.
- Richtlijn 2010/14/EU van de Commissie van 3 maart 2010 tot wijziging van Richtlijn 91/414/EEG van de Raad teneinde heptamaloxyloglucan op te nemen als werkzame stof.
- Richtlijn 2010/15/EU van de Commissie van 8 maart 2010 tot wijziging van Richtlijn 91/414/EEG van de Raad teneinde fluopicolide op te nemen als werkzame stof.
- Richtlijn 2010/17/EU van de Commissie van 9 maart 2010 tot wijziging van Richtlijn 91/414/EEG van de Raad teneinde malathion op te nemen als werkzame stof.
- Besluit van de Commissie van 9 maart 2010 waarbij de lidstaten toestemming krijgen de geldigheidsduur van de voorlopige toelatingen voor de nieuwe werkzame stoffen flonicamid, zilverthiosulfaat en tembotrion te verlengen.
- Richtlijn 2010/20/EU van de Commissie van 9 maart 2010 tot wijziging van Richtlijn 91/414/EEG van de Raad om tolylfluanide als werkzame stof te schrappen en tot intrekking van toelatingen voor gewasbeschermingsmiddelen die deze stof bevatten.
- Rectificatie van Verordening (EG) nr. 822/2009 van de Commissie tot wijziging van de bijlagen II, III en IV bij Verordening (EG) nr. 396/2005 van het Europees Parlement en de Raad wat betreft de maximumgehalten aan residuen van azoxystrobin, atrazin, chloormequat, cyprodinil, dithiocarbamaten, fludioxonil, fluroxypyr, indoxacarb, mandipropamid, kaliumtrijodide, spirotetramat, tetraconazool en thiram in of op bepaalde producten.
- Besluit van de Commissie van 10 maart 2010 houdende de principiële erkenning dat het dossier dat is ingediend voor grondig onderzoek met het oog op de eventuele opneming van fenpyrazamine in bijlage I bij Richtlijn 91/414/EEG van de Raad, volledig is.
- Richtlijn 2010/21/EU van de Commissie van 12 maart 2010 tot wijziging van bijlage I bij Richtlijn 91/414/EEG van de Raad wat betreft de specifieke bepalingen voor clothianidin, thiamethoxam, fipronil en imidacloprid.
- Besluit van de Commissie van 18 maart 2010 houdende de principiële erkenning dat de dossiers die zijn ingediend voor grondig onderzoek met het oog op de eventuele opneming van tagetesolie en tijmolie in bijlage I bij Richtlijn 91/414/EEG van de Raad, volledig zijn.
- Richtlijn 2010/25/EU van de Commissie van 18 maart 2010 tot wijziging van Richtlijn 91/414/EEG van de Raad om er penoxsulam, proquinazid en spirodiclofen als werkzame stoffen in op te nemen.
N.B.: Bent u deelnemer aan het Food Compass residumonitoring systeem, dan hebt u via de maandelijkse Food Compass Nieuwsbrief toegang tot een overzicht van recente MRL overschrijdingen en meer gedetailleerde informatie over residuen. Aanmelden voor Food Compass kan via www.foodcompass.nl/. |
|
| EFSA opinies en conclusies over actieve stoffen |
De afgelopen maanden zijn er weer een aantal opinies en conclusies uitgebracht door de European Food Safety Authority (EFSA). Hierin wordt advies gegeven over voorgestelde verlagingen of verhogingen van MRL’s (opinies) of een risicobeoordeling van actieve stoffen uit gewasbeschermingsmiddelen (conclusies). Ook deze kunnen worden ingezien op de EFSA website:
N.B.: Deze EFSA opinies en conclusies hebben geen wettelijke grondslag en kunnen dus nog aangepast worden. De wettelijke vaststelling van de voorgestelde MRLs zal naar verwachting in de tweede helft van 2010 plaatsvinden. |
|
| MRLs op komst voor nicotine |
Het Permanent Comité pesticiden residuen heeft op 24 maart gestemd over MRLs voor nicotine. Sinds ruim een jaar is er binnen de EU veel gemonitord op nicotine, wat eerder geconstateerd werd op paddenstoelen, met name gedroogde ceps. Na onderzoek over de oorzaak van de nicotineverontreiniging, is geconcludeerd dat waarschijnlijk een natuurlijke stressreactie van de plant aan ten grondslag ligt en dus geen gebruik van nicotine als bestrijdingsmiddel. Ondanks dat is begin dit jaar toch besloten normen voor nicotine onder de gewasbeschermingswetgeving (396/2005/EC) onder te brengen en niet onder de contaminantenwetgeving. Reden zou zijn dat nicotine in het verleden geregistreerd is geweest als biocide.
In het voorstel staan alleen MRLs voor wilde paddenstoelen (0,04 mg/kg). Alle andere producten vallen daarom nu nog automatisch op de ondergrens (0,01 of 0,02 mg/kg). Wij hebben bij de Nederlandse delegatie geadviseerd om ook een hogere MRL voor te stellen voor gecultiveerde paddenstoelen (zoals de gangbare champignon). Uit analysegegevens blijken hierop soms ook iets verhoogde gehaltes nicotine voor te komen. Nederland heeft ons advies overgenomen en de EC op de hoogte gebracht van dit verzoek. De Commissie heeft voorgesteld de komende tijd zoveel mogelijk gegevens te verzamelen van gehaltes op verschillende producten. Als blijkt dat hogere normen nodig zijn kunnen deze, mits veilig bevonden door EFSA, in de toekomst toegevoegd worden aan de MRLs voor wilde paddenstoelen.
Voor meer informatie kunt u contact met ons opnemen: f.huisintveld@tuinbouw.nl of 079 - 34 70 604. |
|
| EFSA publiceert adviezen voor voedings referentiewaarden |
EFSA heeft referentiewaarden vastgesteld voor de inname van koolhydraten en voedingsvezels, vetten en water. Deze waarden zijn de hoeveelheden van een bepaalde voedingsstof die mensen zouden moeten innemen om zo gezond mogelijk te blijven. Hierbij worden indien nodig ook verschillende waarden vastgesteld voor mannen, vrouwen en/of leeftijden.
Deze waarden zijn gepubliceerd in een aantal opinies, dit zijn dus geen wetten maar adviezen. Deze kunnen in de EU gebruikt worden als wetenschappelijke basis bij de onderbouwing van voedingskundige politieke besluiten. Bijvoorbeeld het ontwikkelen van de wetgeving over etikettering en productinformatie, welke op dit moment nog in volle gang is. Maar ook voorlichtings- of onderwijsprogramma’s over gezonde voeding.
De opinies zijn mede tot stand gekomen na consultatie van de lidstaten en stakeholders binnen de EU. Het PT heeft afgelopen winter ook gereageerd op de concept referentiewaarden, zie ook de nieuwsbrief van december. Er zullen ook nog opinies volgen met referentiewaarden voor vitaminen en mineralen. |
|
| Europese discussie over nieuwe wetgeving etikettering van levensmiddelen |
In maart is er door het Europees Parlement gestemd over het concept wetsvoorstel voor informatie richting consumenten. Maar liefst zo’n 1150 amendementen die de afgelopen maanden waren doorgevoerd in het lijvige wetsvoorstel zijn één voor één doorlopen. PT heeft samen met nationale en Europese belangenorganisaties van de voedingstuinbouw, flink gelobbyd voor een amendement dat de huidige ‘15% regel’ voor voedingswaardedeclaratie aanpast, zodat meer groente- en fruitproducten in aanmerking kunnen komen voor het vermelden van vitaminen en mineralen op of bij het product.
Dit zou mogelijk zijn wanneer de 15% eis voor de dagelijks aanbevolen hoeveelheid van een voedingsstof ook per 100 kcal (en niet alleen per 100 gram) wordt toegestaan. Dit amendement is aangenomen door het EP. Ook een ander belangrijk amendement, het niet verplicht stellen van de etikettering van naoogstbehandeling, is aangenomen.
Het amendement over invoeren van een zogenaamd ‘stoplicht systeem’ bij voedingswaardedeclaratie is afgewezen. Hierbij moet op producten met kleuren aangegeven worden of er teveel (rood) of een acceptabele hoeveelheid (groen) van een bepaalde voedingsstof zoals verzadigd vet of suiker in een product zit. In sommige landen zoals Engeland wordt een dergelijk systeem al een aantal jaar toegepast, maar binnen het EP is hiervoor vooralsnog geen meerderheid.
In mei of juni zal de eerstvolgende lezing zijn in het EP. Als u vragen heeft of meer informatie wilt ontvangen (bv. alle amendementen) kunt u contact met ons opnemen. |
|
| Marktonderzoek naar consumptie groenten en fruit |
De afdeling Marktonderzoek van het Productschap Tuinbouw heeft van 24 december 2009 tot en met 27 januari 2010 een wintermeting gehouden van de groenten- en fruitmonitor. Na een eerste pilot van april tot mei 2009 heeft deze winter een tweede onderzoek gelopen. De groenten- en fruitmonitor brengt het consumptiegedrag van de Nederlandse consument in beeld.
Voor de monitor is een tool ontwikkeld die de samenstelling van de (warme) hoofdmaaltijd weergeeft. Op deze manier is er veel informatie beschikbaar over veel gegeten combinaties (zoals groenten in combinatie met vlees- en vissoorten), soorten groenten en fruit die gegeten worden en ook in welke hoeveelheden.
Op dit moment wordt er gekeken of deze metingen meerdere keren per jaar of jaarrond uitgevoerd kunnen voeren, zodat bijvoorbeeld verschillen tussen seizoensgroenten- en fruit ook goed in kaart gebracht kunnen worden.
Wilt u meer informatie, neemt u dan contact op met Anne Marie Borgdorff, a.borgdorff@tuinbouw.nl |
|
| Ruime groenteconsumptie verlaagt de kans op een beroerte |
De kans op een beroerte kan flink verlaagd worden door een ruime consumptie van rauwe groenten en fruit, dit stelt promovenda Linda Oude Griep van Wageningen Universiteit. De resultaten maken deel uit van een groter onderzoek naar de relatie tussen consumptie en bewerkingsgraad van groenten en fruit en het ontstaan van hart- en vaatziekten. Het Productschap Tuinbouw is mede financier van dit onderzoek, voor meer informatie zie ook project "Flowers & Food: Consumptie in relatie tot cardiovasculaire ziekten".
Men keek naar de gegevens van ruim 20.000 mannen en vrouwen van 20 tot 65 jaar die aanvankelijk, tussen 1993 en 1997, geen klachten hadden in verband met hart- en vaatziekten. De groep werd 10 jaar lang gevolgd waarbij hun consumptie werd vastgelegd via een vragenlijst. Gedurende die tijd werd ook geregistreerd wie van hen een beroerte kregen. Dit waren 233 personen, waarbij het risico op een beroerte 36% lager blijkt bij die personen die meer dan 260 gram onbewerkte groenten en fruit aten, dan bij personen die hiervan minder dan 90 gram per dag aten. Een dergelijk verband werd niet gevonden voor bewerkte (bv. gekookte) groenten en fruit: onder mensen die hier relatief veel van eten komen niet minder beroertes voor dan onder mensen die hier weinig van eten.
De onderzoekers presenteerden hun resultaten onder meer op 3 maart bij het 50e congres van de American Heart Association in San Francisco. |
|
| Meer informatie |
Voor meer informatie of vragen kunt u contact opnemen met Fabianne Huis in ’t Veld via telefoonnummer 079 - 34 70 604 of e-mail f.huisintveld@tuinbouw.nl.
Op onze website vindt u ook aanvullende informatie en alle relevante (inter)nationale regelgeving omtrent voedselveiligheid, -kwaliteit en gezondheid van groenten en fruit vinden. Ga hiervoor naar www.tuinbouw.nl, klik op thema Voeding en Gezondheid. Hier kunt u doorklikken via de tabbladen nieuws, projecten, inhoud en agenda. Tevens kunt u zich aanmelden voor het ontvangen van informatie over meer specifieke onderwerpen: klik op mailinglijsten om onderwerpen te kiezen die voor u interessant zijn. |
|
|