Water & Klimaat

Inleiding
De land- en tuinbouw is sterk afhankelijk van zijn omgeving. De gevolgen van de klimaatverandering zullen naar verwachting dan ook juist deze sectoren treffen. Als gevolg van het klimaat- en waterbeleid komen vragen vanuit markt en maatschappij over de broeikasgasemissie en gewasbeschermingsmiddelen- en nutriëntenemissie van de tuinbouwproductieketen. Het beschikbaar hebben van voldoende gietwater van goede kwaliteit vergt ook steeds meer inspanningen.

De ‘biobased economy’ – oftewel groene economie - biedt een alternatief voor fossiele grondstoffen, de negatieve klimaateffecten daarvan en kan daarmee bijdragen aan duurzame ontwikkeling.

Doelen in 2010

1. CO2-protocol tuinbouw

  • Demotool CO2-protocol verder ontwikkelen en implementeren, communicatie.
  • Streven naar internationale erkenning van het CO2-protocol.

Activiteiten PT in 2010
In 2009 is een protocol en bijbehorende software gereedgekomen waarmee telers en handelaren de CO2 uitstoot van de bedrijfsprocessen in de keten kunnen berekenen (cradle to gate). In 2010 zal verder gewerkt worden aan het benutten van het protocol/tool. Ook zal in 2010 worden ingezet op internationale erkenning van het protocol en bijbehorende rekentool.

Adaptatie klimaatverandering

  • Het op basis van de in 2009 uitgevoerde verkenning formuleren van een strategische agenda voor beleid en onderzoek.
  • Starten met activiteiten/projecten ten behoeve van klimaatadaptatie in de tuinbouw.

Activiteiten PT in 2010
Eind 2009 is de verkenning beschikbaar en zijn de kansen en bedreigingen van klimaatverandering in beeld. In de eerste helft van 2010 kan op basis daarvan een strategische agenda 2010-2020 worden opgesteld en in uitvoering worden genomen. De activiteiten zullen naar verwachting uiteenlopen van het informeren van de tuinbouwondernemingen over de gevolgen van klimaatverandering, het in gang zetten van verder onderzoek, overleg en samenwerking met de overheid.

2. Water

  • Projecten aanbesteden gericht op voldoende gietwater van goede kwaliteit en geen emissie van nutriënten en gewasbeschermingsmiddelen op het grond- en oppervlakte water voor zowel de open als de gesloten teelten.
  • Mogelijkheden scheppen zodat alle teelten kunnen gaan voldoen aan de eisen van de betreffende Europese richtlijnen (KRW, nitraatrichtlijn).

Activiteiten PT in 2010
Samen met de brancheorganisaties en het Ministerie van LNV is in 2009 een co-innovatieprogramma water gestart met als visie schoon en voldoende water voor en van de tuinbouw. Het programma kent een lijn open en een lijn gesloten teelten. Binnen de lijnen lopen verschillende sporen. Voor de twee lijnen worden relevante projecten en initiatieven per sector opgestart. Onderzoek en innovatie zullen een belangrijke rol spelen om de doelstellingen te kunnen realiseren.

3. Biobased Economy
Op basis van een verkennende studie en workshop ontwikkelen van ambities voor de middellange termijn en een co-innovatie programma met brancheorganisaties en het Ministerie van LNV.

Activiteiten PT in 2010
Samen met brancheorganisaties verkennen van de mogelijkheden van de tuinbouw als afnemer en leverancier van op biomassa gebaseerde producten. Bezien welke biobased grondstoffen (bijv. verpakkingen, gewasbeschermingsmiddelen, energie) op termijn kunnen bijdragen aan de economie en de ecologie van de sector. Bezien welke kansen er zijn voor het ontwikkelen en leveren van hoogwaardige grondstoffen uit tuinbouwproducten (voor farmacie, cosmetica, etc.).

Partners samenwerking:

  • Brancheorganisaties.
  • Overheden.
  • Onderzoeksinstellingen.
  • Glami.
  • Greenports.

Belang PT-jaarplan Water, Klimaat en biobased economy:

  • Sectorbelang: het benutten van kansen en voorbereiden op bedreigingen van klimaatverandering. Voor de maatschappelijke acceptatie heeft de sector belang bij schoon oppervlaktewater en inzicht in broeikasgasemissie. Het benutten van kansen voor gebruik van biobased grondstoffen en leveren van hoogwaardige grondstoffen.
  • Algemeen belang: schoon water, adaptatie van Nederland aan klimaatverandering, transparantie van de tuinbouwproductieketen en bijdragen aan een ‘biobased economy’.